Op 7 december organiseerde onze afdeling een openbare bijeenkomst in Borger over leefbaarheid in de kernen. Zoals we in onze partij gewend zijn was er een levendige discussie maar in een goede sfeer. Er zijn daarbij zoveel onderwerpen besproken dat het voor mij ondoenlijk is er een volledig verslag van te maken. Daarom beperk ik mij tot een kort verslag maar ik heb ook de hand kunnen leggen op de voorbereidingen van onze fractievoorzitter.
Kort verslag:
Maandag 7 december jl. hield de VVD afdeling Borger-Odoorn een openbare bijeenkomst over leefbaarheid in de (kleine) kernen. Het forum bestond uit dhr. F. Alberts, wethouder, mw. W. Luchjenbroers, fractievoorzitter VVD Borger- Odoorn, dhr. G. Udding, Statenlid VVD en dhr. K. Meppelink, voorzitter BOKD (Breed Overleg Kleine Dorpen).
Voorzitter E. Huizing sprak in zijn opening de hoop op een levendige discussie uit en dat is het ook geworden. Leefbaarheid in de kernen, dorpen is een breed onderwerp en leverde dan ook over verschillende onderwerpen vragen of discussiepunten op.
Voor iedereen is leefbaarheid iets anders want elke kern, dorp heeft zijn specifieke wensen en thema's die haar omgeving en bewoners raakt. Toch zijn er volgens Mw. Luchjenbroers raakvlakken zoals voorzieningen, sociale kwaliteit bijvoorbeeld het verenigingsleven, mobiliteit, veiligheid en wonen.
Er is veel gesproken over wat dorpen zelf kunnen doen maar er zijn ook dingen die niet veranderd kunnen worden. Vergrijzing is daar één van; de VVD vindt dat je op tijd maatregelen moet treffen om die vergrijzing in goede banen te leiden. Dhr. Meppelink geeft aan dat dit kan, hij noemt als voorbeeld de gemeente Midden Drenthe met het project: "Ouderen onder dak."
Het "hot item" schoolsluiting werd ook besproken, vanuit de zaal kwam vooral het geluid dat scholen als business wordt gezien. Dhr. Udding was hier erg duidelijk over: "Financiering is en mag niet het eerste begrip zijn". Mw. Luchjenbroers vindt dat iedereen het beste wil voor zijn/haar kind, en dat mag wat kosten.
Starterswoningen, de Nefit, peuterspeelzalen en verenigingen voor dorpsbelangen zijn allemaal ook aan bod geweest.
De fractie van de VVD, die deze avond organiseerde om te horen wat er onder de bevolking leeft, kijkt terug op een geslaagde avond.
Uit de aantekeningen van de fractievoorzitter:
Leefbaarheid kan van dorp tot dorp verschillen.
Zoals we allen wel weten hebben onze kleinen kernen, dorpen, leefgemeenschappen, buurtschappen een zeer eigen karakter met een eigen geschiedenis en een unieke sociale structuur. Standaardoplossingen zijn er dan ook niet. Want elk dorp heeft zijn specifieke wensen en thema's die haar omgeving en bewoners raken. Voor mij wordt met het begrip leefbaarheid aangegeven hoe aantrekkelijk en/of geschikt een gemeenschap is om te wonen. Dit houdt ook in dat er verschillende aspecten zijn die allen vaak ook weer een onderling verband hebben Denk daarbij aan:
Voorzieningen; de aanwezigheid van scholen, winkels voor de eerste levensbehoefte en zorgaanbod.
Sociale kwaliteit; het verenigingsleven.
Mobiliteit; aanwezigheid en kwaliteit openbaar vervoer.
Veiligheid
Wonen; voor elke doelgroep de gepaste woning.
En als laatste wil ik dit nog noemen: Als ik door het dorp rijd of loop dan voelt het goed aan wanneer een dorpsgenoot de hand opsteekt. Dit is voor mij ook een stukje leefbaarheid.
Stelling: Hoe houden we kleine kernen leefbaar
De afname van de voorzieningen in de kleine kernen is een trend die zich al jaren voortzet. Het gaat erom dat burgers en organisaties zich actief inzetten om hun dorp leefbaarder te maken. De betrokkenheid van de bewoners bij hun dorp, is een voorwaarde om de leefbaarheid te vergroten.
Mensen moeten zich zelf verantwoordelijk voelen om de voorzieningen in hun dorp op peil te houden. Als diverse mensen en organisaties samenwerken, dan versterkt dat de noodzakelijke sociale cohesie in de kleine kernen. Bewoners hebben hier een belangrijke rol in en zorgen voor een breed draagvlak. Ze kunnen met hun creativiteit en hun organisatietalent hun ideeën en plannen uitdragen. Het gaat er vooral om te stimuleren dat burgers en organisaties, zoals dorpsverenigingen, samen met gemeenten acties op touw zetten om hun dorpen leefbaar te maken.
Stelling: Ik ben/ de gemeente is verantwoordelijk voor leefbaarheid
Gemeente is kartrekker en dient te zorgen voor uitvoering van beleid. Maar er is ook een taak van de Provincie. De Provincie dient ook initiatieven financieel of op basis van cofinanciering te ondersteunen. Hoe ligt de relatie ambitieniveau bevolking - gemeente?
Hoe ligt het ambitieniveau van de gemeenschap zelf om voorzieningen te behouden? Samen bereidheid hebben om mogelijkheden, voorzieningen in tact te laten.
Laten dorpsbelangen, dorpsverenigingen elk jaar of elke 2 jaar per kern een dorpsplan op stellen, waarin onder andere aangegeven wordt welke woningbouw (aantal en soort) minimaal noodzakelijk is om het draagvlak van de basisvoorzieningen te kunnen handhaven. Communiceer hierover met de gemeente.
Het dorp ook voor jongeren aantrekkelijk houden en maken is ook erg belangrijk. De tekenen worden steeds zichtbaarder dat de vergrijzing van de bevolking in onze provincie zich vooral op het platteland manifesteert. Dit is op diverse manieren tegen te gaan.
Enerzijds door maatregelen te treffen om die vergrijzing in goede banen te leiden. Anderzijds door jongeren aan te moedigen in hun dorp te blijven wonen.
De kleine kernen zijn gebaat bij een bevolking die bestaat uit mensen van allerlei leeftijden. Deze heterogene groep bewoners heeft op hun beurt verschillende behoeften en leveren zo hun diverse bijdragen. Dat vergroot de aantrekkingskracht van een dorp.Wat grotere dorpen vaak kenmerkt is de aanwezigheid van een minimaal aantal geboden welzijnsfuncties. Er worden vaak weinig activiteiten gedaan en het aantal ontmoetingsplekken is gering.
Een kern, een buurtgemeenschap heeft dit vaak wel en heeft daardoor weer een grotere aantrekkingskracht op jongeren. Daar moet je wat mee doen. O.a. ook gedoseerd blijven bouwen. Ik denk daarbij aan bv. 1 tot 10 woningen per kern, per jaar. Ook voor starters.
Daarom is het van belang om steeds inzicht te hebben hoe kernen zich ontwikkelen en waar de behoefte is.
Stelling: Kwaliteit van onderwijs is belangrijker dan behoud van de school.
De VVD heeft er nadrukkelijk voor gekozen geen concessies te doen aan de kwaliteit van het onderwijs. Onze kinderen verdienen het beste onderwijs. Juist nu is een goede opleiding van cruciaal belang - zowel voor de leerling, de student, als voor de samenleving in zijn geheel.
In het basisonderwijs wordt de basis gelegd voor het succes in het vervolg onderwijs. Het basisonderwijs is dus de plek om veranderingen door te voeren die succes kunnen opleveren. Denk daarbij ook aan de toekomst. De school van de toekomst is meer dan een onderwijsinstelling. Scholen zullen steeds sterker worden ingericht voor het aanbieden van een totaalpakket dat past bij nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.
De school wordt een ‘kindcentrum', aanbieder van en makelaar in onderwijs, welzijn, opvang en zorgactiviteiten. Het kindcentrum zal van 7:30 tot 18:30 uur open zijn voor kinderen van nul tot en met twaalf jaar. In de school van de toekomst zullen ook maatschappelijke voorzieningen 'onderdak' vinden. De school zal een platform zijn voor sociale verbinding, een plek voor kinderen, ouders en andere bewoners van buurt of wijk.
We zullen dus ook aan geen enkele poot gaan zagen wanneer er wordt voldaan aan de criteria. Zijn we daar klaar voor. Is het onderwijsveld er klaar voor !?
Ik wil graag Wil Luchjenbroers bedanken voor het beschikbaar stellen van haar aantekeningen. Het is geen letterlijk verslag van de avond maar ze heeft wel alle punten uit haar aantekeningen genoemd. Daarom vind ik het belangrijk dat u dit op onze site kunt lezen.
Ineke Arends.